Ambulance


A1 = Spoedeisende Hulp - Binnen 15 min ter plaatse
A2 = Spoedeisende Hulp - Binnen 30 min ter plaatse
B = Besteld vervoer

AANR = Aanrijding
CVA = Cerebro Vasculair Accident (hersenbloeding etc.)
EXAMEN SUICIDE = Geslaagde poging to zelfmoord
POB = Pijn op de borst
SEH = Spoed Eisende Hulp
SUICIDAAL = In staat tot zelfmoord
TENTAMEN SUICIDE = Poging tot zelfmoord
VKO = Verkeersongeval
VKOB = Verkeersongeval met beknelling
VWS = Voorwaardescheppend (centraal opstellen)

CHIR = Afdeling Chirurgie
IC = Afdeling Intensive Care
ORTHO = Afdeling Orthologie
SEH = Afdeling Spoed Eisende Hulp
URO = Afdeling Urologie

AZR = Academisch Ziekenhuis Rotterdam, Rotterdam
BDZ = Bethesda-van Weel Ziekenhuis, Dirksland
DHZ = Daniel den Hoed Ziekenhuis, Rotterdam
EMCR = Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, Rotterdam
IKZ = Ikazia Ziekenhuis, Rotterdam
MCRZ-Zuider = Medisch Centrum Rotterdam-Zuid lokatie Zuiderziekenhuis, Rotterdam
MCRZ-Clara = Medisch Centrum Rotterdam-Zuid lokatie Claraziekenhuis, Rotterdam
RPZ = Ruwaard van Puttenziekenhuis, Spijkenisse
SFG = St. Franciscus Gasthuis, Rotterdam
VLIETL-SDM = Vlietlandziekenhuis, lokatie Schiedam
VLIETL-VDG = Vlietlandziekenhuis, lokatie Vlaardingen

Brandweer

AG - Adviseur Gevaarlijke Stoffen
AB - Adembeschermingsvoertuig
AL - Autoladder
AS - Autospuit
BV - Brandweervaartuig
BG - Basisgroepshaakarmvoertuig
BR - Beschikbare Reserve
CD - Commandant van Dienst
CL - Cleaner
CP - Commandopost
CT - Crashtender
DA - Dienstauto
DB - Diensbus
DH - Decontaminatie Haakarmbak
DP - Dompelpompunit
DU - Decontamination Unit (Schoonmaakunits)
GP - Gaspakkenbak
HA - Haakarmvoertuig
HO - Hoofdofficier
HV - Hulpverleningsvoertuig
HW - Hoogwerker
IM - Informatiemanager
KR - Kraanwagen
LR - Leider Regot
LP - Logistiek Piket
MD - Materiaaldienst
MO - Metro- Ongevallenaanhanger
MF - Multifunctionale Haakarmbak
MS - Motorspuit
OD - Officier van Dienst
OE - Ontsmettings Eenheid
PB - Poederblusunit
SL - Slangenbak
SO - Stafofficier
SP - Speciale Hulpverleningsunit
SV - Schuimblus Voertuig
TD - Technische Dienst
TS - Tankautospuit
VC - Verbindings- Commandowagen
VD - Voorlichtingsdienst
VO - Vloeistoffenongevallenaanhanger
VW - Vrachtwagen
VZ - Verzorgingshaakarmunit
WK - Waterkanon
WO - Waterongevallenvoertuig
 

CTPI - Coördinatie Team Plaats Incident
CoPI - Commando Plaats Incident
ROT - Regionaal Operationeel Team
CoRT - Commando Rampterrein
GBT - Gemeentelijk BeleidsTeam
RBT - Regionaal BeleidsTeam
PCC - Provinciaal Coördinatiecentrum
DCC - Departementaal Coördinatiecentrum
NCC - Nationaal Coördinatiecentrum

Centraal Incidenten Nummer CIN

CIN G1 - Verspreiding van stoffen (gas, vloeistofnevel, vaste deeltjes) door de lucht.
CIN G2 - Verspreiding van stoffen over het oppervlak (land, oppervlaktewater)
CIN G3 - Overig (potentieel) gevaarlijke gevolgen (stormschade, dreigend omvallen schoorsteen) 

Voorvallen met (mogelijk) overlast, milieugevolgen:

CIN Z1 - Verspreiding van Stoffen door de Lucht.
CIN Z2 - Lekkage van vloeistof op of in het oppervlaktewater.
CIN Z3 - Lekkage van stof op het land.
CIN Z4 - Overige overlastgevende situaties (Luchtalarm)


B - Brand
G - Mogelijk Gevaar
Z - Zonder Gevaar
 

Vliegtuig Ongeval Rotterdam Airport (VOR)

VOR 1: 'Pan Pan Call', een waarschuwing van de piloot dat er iets niet in orde is.
VOR 2: 'May Day Call', een waarschuwing van de piloot dat er een serieus probleem is, vliegtuig bevat minder dan 50 personen.
VOR 3: 'May Day Call', een waarschuwing van de piloot dat er een serieus probleem is, vliegtuig bevat 50-250 personen.
VOR 4: 'May Day Call', een waarschuwing van de piloot dat er een serieus probleem is, vliegtuig bevat meer dan 250 personen.
VOR 5: 'Crash', vliegtuig bevat minder dan 50 personen.
VOR 6: 'Crash', vliegtuig bevat 50-250 personen.
VOR 7: 'Crash', vliegtuig bevat meer dan 250 personen.

 

Treinincidentscenario's (TIS)

De scenario's die gebruikt worden voor de operationele voorbereiding voor de HSL-Zuid en de Betuweroute bestaan uit de treinincidentscenario's (TIS), zoals genoemd in de eerder genoemde Leidraad, aangevuld met scenario's die specifiek zijn voor de beide spoorlijnen en met scenario's die relevant zijn geworden in de loop der tijd, zoals terroristische scenario's.

De scenario's zijn ingedeeld in 5 groepen:
TIS 1: Verstoring treindienst
TIS 2: Brand
TIS 3: Aanrijding of ontsporing
TIS 4: Gevaarlijke stoffen
TIS 5: Bommelding

Elke groep van TIS'en kent een verdeling over vier verschillende omvangen, waarbij 1 de kleinste is en 4 de grootste of meest complexe. Gekozen is voor de benamingen 'zeer beperkt' - 'beperkt' - 'ernstig' - 'zeer ernstig' en niet voor de bij de brandweer gangbare gradaties 'klein' - 'middel' - 'groot' - 'zeer groot'. Dit is gedaan om verwarring bij centralisten op de AC's te voorkomen: het aantal ingezette tankautospuiten loopt bij de vier gradaties van een TIS niet synchroon met die bij een kleine, middelgrote, grote en zeer grote brand (of ongeval).

TIS 1

TIS 1 betreft vrijwel altijd een bedrijfsmatige onderbreking voor de spoorwegen, zonder dat dringende hulp van de hulpdiensten daarvoor nodig is.

TIS 1.1: een storing waarbij vertragingen ontstaan van meer dan 5 maar minder dan 30 minuten.
TIS 1.2: een storing waarbij vertragingen ontstaan van meer dan 30 minuten.
TIS 1.3: totale versperring.
TIS 1.4: totale versperring met uitstraling naar een groot gedeelte van het land.

TIS 2

Bij TIS 2 gaat het om scenario's waarbij sprake is van brand. Ook hierbij bestaan er vier categorieën of gradaties.

TIS 2.1: een bermbrand.
TIS 2.2: een kleine brand in trein of station.
TIS 2.3: een grote brand in een trein.
TIS 2.4: een grote brand in een station of tunnel.

TIS 3

TIS 3 beschrijft de scenario's van aanrijdingen en botsingen waarbij slachtoffers betrokken zijn, variërend van een aanrijding met één klein voertuig tot een zeer ernstige aanrijding waarbij meerdere slachtoffers betrokken zijn en de treinstellen ernstig beschadigd zijn.

TIS 3.1: aanrijding trein met een persoon, (brom)fiets of voorwerp.
TIS 3.2: aanrijding trein met rangeerdeel of klein wegvoertuig (auto/bestelbus en dergelijke).
TIS 3.3: ontsporing met slachtoffers of aanrijdingen trein met andere trein of groot wegvoertuig (bus/vrachtauto) waardoor wagenstellen niet vervormd, gekanteld of gestapeld zijn.
TIS 3.4: ontsporing met slachtoffers of aanrijdingen trein met andere trein, groot wegvoertuig of object waardoor wagenstellen vervormd, gekanteld of gestapeld zijn.

TIS 4

TIS 4 is gereserveerd voor de gevaarlijke stoffen en komt daardoor vooral voor op de Betuweroute. De classificatie is hier iets anders dan bij de andere scenariotypen.

TIS 4.1: een klein ongeval met gevaarlijke stoffen, zoals een druppelende afsluiter of blazende veiligheid.
TIS 4.2: een brand waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
TIS 4.3: een ontsnapping van een gevaarlijke stof waarbij de effecten beperkt blijven tot het brongebied.
TIS 4.4: een ongeval met gevaarlijke stoffen waarbij duidelijk sprake is van een effectgebied.

Nieuw: TIS 5

De nieuwe groep met scenario's voor treinincidenten is groep 5. Met TIS 5 worden de scenario's beschreven waarin sprake is van bommelding, bomvinding of bomexplosie. De classificatie varieert van 1, een bommelding, tot 4, een daadwerkelijke explosie.

TIS 5.1: anonieme bommelding of verdacht gedrag.
TIS 5.2: verdacht voorwerp of bomvinding op de vrije baan.
TIS 5.3: verdacht voorwerp of bomvinding in trein op station, op station of in tunnel.
TIS 5.4: bomexplosie in trein, station of in tunnel.

 

SLUIT VENSTER